Zorgkat
Katten voor hulpbehoevenden, thuis of in een zorginstelling
Gezelschapsdieren in de (ouderen)zorg

Een kat in huis is gezond. Voor iedereen, maar met name voor ouderen. Zorgkat voorkomt dat men afstand moet doen van de kat als men er zelf niet meer voor kan zorgen.

Gezond voor lichaam en geest

Onderzoeken tonen aan: Een kat kan een positieve invloed hebben op het lichamelijk en geestelijk welbevinden van ouderen. Een kat laat je lachen, verlaagt stress, bloeddruk en cholesterol, vermindert eenzaamheid, biedt troost, geeft een (nieuw) doel in het leven, iets om voor te zorgen en voor op te staan en een gespreksonderwerp waardoor ouderen met huisdieren vaak sneller contact maken met andere mensen. Er is ook onderzoek gedaan naar het effect van katten op mensen met dementie op een gesloten afdeling. Vier maanden later bleek dat de bewoners op de afdeling met de katten alerter bleven in vergelijking met de controlegroep. De hulpbehoevendheid van deze bewoners nam dus niet toe, in tegenstelling tot die van de ouderen op de controleafdeling. Verder zag je op de ‘kattenafdeling’ meer plezier (lachen en glimlachen). De sfeer werd daardoor huiselijker, waardoor ook bezoekers en verzorgers zich prettiger voelden.

Wat is het probleem?

Katten van nieuwe bewoners worden vaak wel toegelaten in zorginstellingen, maar alleen als de eigenaar er zelf voor kan zorgen. De eigenaar gaat echter niet voor niets naar een zorginstelling. Hij of zij heeft zorg nodig! Het is wenselijk dat er bij opname van de oudere meteen afgesproken wordt wie er voor de kat zorgt als de eigenaar dat zelf niet (meer) kan. Bijvoorbeeld via een huisdiercontract. Dit wordt nog maar zelden gedaan. Ook is er niemand die de gezondheid van de kat in de gaten houdt en zorgt voor bijvoorbeeld vaccinaties, ontvlooien en ontwormen. Voor ouderen met een lager afweersysteem kan dit problemen met de gezondheid geven. Het personeel geeft daarnaast ook aan dat het grootste probleem vervuiling en stank is. Een veelgehoorde angst is bovendien allergie voor katten van medebewoners. Dit is uiteraard iets om rekening mee te houden. Echter slechts 0,4% van de Nederlandse bevolking boven de 60 jaar is allergisch voor katten (onderzoek rijksdienst voor dieraangelegenheden).

Wat moet er gebeuren?

Uit onderzoek blijkt dat de zorg voor dieren in zorginstellingen beter geregeld moet worden. Er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden met alle betrokkenen zoals directie, verzorgenden, woonbegeleiders, aktiviteitenbegeleiders, medewerkers infectiepreventie, kattengedragsdeskundige, vrijwilligers en uiteraard de eigenaar. Daarnaast moet per kat bekeken worden of die geschikt is om in een instelling voor ouderen te wonen. De kat mag geen overlast geven aan bewoners of personeel en mag dus bijvoorbeeld niet agressief zijn. Ook moet bekeken worden of de omgeving geschikt is voor een kat. Vervolgens moet in een huisdierencontract de verzorging en verantwoordelijkheid worden vastgelegd. Ook periodieke controles en (preventieve) medische behandelingen moeten geregeld worden. 

Ook zijn er hele positieve ervaringen met een zogenaamde poezenkamer waar bewoners, onder begeleiding van vrijwilligers plaats kunnen nemen.

 

Zorgkat voorkomt het gemis van een huiskat

Lees het complete rapport

 

 

kaft van rapport "gezelschapsdieren in de ouderenzorg" 2013